Geluk of gelijk

Zonder berouw geen vergeving
Ik ga een lezing geven, dus ik bel een vriend voor tips. Hij geeft professionele lezingen, dus hij weet waar hij het over heeft. Hij zegt: morgen geef ik een lezing over vergeving. En zoals je weet, zegt-ie kan de ander je pas vergeven als jij berouw toont.

De schuine helling van berouw
Kan je iemand alleen vergeven als hij jou berouw heeft getoond? Daar ben ik het helemaal niet mee eens, dus dat zeg ik tegen hem. Is hij het niet mee eens. Sterker nog: hij zegt dat ik niet weet waar ik het over heb. Het gesprek gaat een hele verkeerde kant op. Het wordt ruzie. Ruzie over vergeving. Heb ik weer.

Met je hakken en je gelijk in het zand
Ik heb gelijk. En omdat ik gelijk heb, hoor ik niet wat hij zegt. En ik word nog kwader omdat hij mijn gelijk niet wil horen. Ik verwijt hem zelfs dat hij niet naar me luistert. Ik vind hem een eikel. Ik denk dat hij precies hetzelfde vindt. Zo komen we lekker verder in het leven. Ik bel hem nog even terug. Ik besluit hem te vergeven. Zonder dat hij berouw hoeft te tonen. Heb ik toch nog gelijk.