Practice what you preach

Verkeerde vinger op het verkeerde moment
Ik steek mijn middelvinger op naar de tramchauffeur. Die zet zijn tram stil en zijn geluidsinstallatie aan. In plat Amsterdams galmt zijn stem over de Weteringschans: ‘Ga er lekker op zitten schatje, dan heb je er tenminste nog wat aan.’

Wat ervoor gebeurde
Ik zit op mijn fiets, in Amsterdam. Ik heb groen, dus ik steek over. Omdat de tram door rood rijdt, moet ik vol op mijn rem. Ik schrik me rot. En door die schrik word ik woest. Nee, ziedend. Nee, pis- en pislink.

Een mooi staaltje ‘leading by example’
Ik word nog rood als ik eraan denk. Vreselijk. Had ik al verteld dat mijn drie zoontjes ook in de fietsbak zaten? Ik hoef niet uit te leggen hoe ze naar me keken. Diepe, paarse schaamte. Wat een ongemak. Volgende keer steek ik mijn duim op.